Leyla

‘Het enige wat ik wil is een rustig leven. Een plek waar ik mag zijn.’

 

De nu 46-jarige Leyla vlucht op haar 29e vanuit Armenië naar Nederland. Haar man, aan wie ze is uitgehuwelijkt en door wie ze regelmatig wordt geslagen, blijkt kindsoldaten te ronselen om in Turkije te vechten met de Koerden. Leyla weet niks van de praktijken van haar man, maar wordt hier wel voor vervolgd door haar dorpsgenoten. ‘Mensen waren zo boos. Ze vielen me aan, trokken aan mijn haren en hebben mijn huis in brand gestoken.’ Zonder afscheid te kunnen nemen van haar moeder (verdere familie heeft ze niet), laat Leyla alles achter zich. Ze komt in contact met een mensensmokkelaar die haar naar Nederland brengt. Ze vraagt asiel aan, maar raakt na zes jaar uitgeprocedeerd. Afhankelijk van de hulp van anderen, leeft ze een onzeker bestaan. Dit eist zijn tol. Leyla heeft last van depressies en kan niet zonder medicatie en psychiatrische hulp.

 

Op het eerste gezicht lijkt er niet zoveel aan de hand met Leyla. Ze doet vrolijk de deur open en zorgt voor een hartelijk ontvangst: thee wordt gezet en de stroopwafels komen op tafel. Het opvanghuis van de SNDVU waar ze op dit moment verblijft, heeft ze gezellig proberen te maken met spulletjes die ze van kennissen uit de kerk heeft gekregen of heeft gevonden bij de kringloop. Schilderijtjes hangen aan de muur, porseleinen beeldjes pronken op de schouw. Daarbij onderhoudt ze in dit knusse huis, zonder tuin en enkel met een klein balkon, vele kleurrijke planten en stekjes. Dit houdt haar bezig, of zoals ze zelf met een lach zegt: ‘Dit zijn mijn kinderen. Ik probeer ze iedere dag liefde te geven.’

Maar wie verder kijkt, ziet dat er achter Leyla’s vriendelijke glimlach veel verdriet schuil gaat. Ze heeft het gevoel dat haar leven al meer dan vijftien jaar stilstaat en heeft te kampen met hevige depressies. ‘Er speelt steeds een film af in mijn hoofd en ik kan hem niet stopzetten. Ik word er zo ontzettend moe van. De beelden blijven maar komen. Over vroeger, over mijn leven in Nederland, de maanden dat ik in detentie zat.’

 

Hoewel ze droomt van een betere toekomst, lijkt alle hoop hierop vervlogen. ‘Ik weet het allemaal niet meer…’, vertelt Leyla terwijl er een traan over haar gezicht rolt. ‘Vanbuiten lijk ik misschien wel leuk en klets ik, maar vanbinnen…’ Even stopt ze met haar verhaal en staart naar beneden. ‘Vanbinnen ben ik koud.’

 

Vanaf het moment dat ze uitgeprocedeerd raakt, is ze afhankelijk van de goedheid van anderen. Soms kan ze bij vrienden slapen, maar als daar geen plaats is verblijft ze op straat. ‘Jarenlang moest ik steeds van de ene naar de andere plek. Ik vergeet nooit de nacht dat ik op het station moest slapen. Dat was verschrikkelijk.’ Ook loopt ze dagelijks de kans om te worden opgepakt. Dit gebeurt in 2006. Tien maanden zit Leyla in detentie en dat laat een diep trauma achter, waar ze nog steeds dagelijks mee te maken heeft. ‘In de gevangenis zitten toch alleen maar boeven? Wat heb ik verkeerd gedaan? Ik heb alleen geen papieren…’

 

Terugkeren naar Armenië is moeilijk voor Leyla. ‘Mijn asielaanvraag is afgewezen, omdat mijn problemen privé zijn. Ze zeggen dat ik ook wel kan leven op een andere plek in Armenië. Maar Armenië is niet zo groot, iedereen kent elkaar. En ik spreek amper de taal nog. Ik kan beter Nederlands lezen en schrijven’, legt Leyla uit. ‘Ik ken ook helemaal niemand meer daar. Als ik nou familie had… broers of zussen… Mijn moeder is daar ook niet meer, ik heb haar geprobeerd op te sporen met behulp van Rode Kruis. Waarschijnlijk is zij in Rusland, als ze nog leeft.’

 

Medische procedure

Er is een medische procedure gestart, omdat het ten zeerste de vraag is of er in Armenië de juiste medische zorg voor Leyla voorhanden is. Dagelijks slikt ze diverse pillen en heeft wekelijks gesprekken met een psychiater. ‘Ik krijg niet meer zoveel pillen mee van hem. Een paar jaar gelden heb ik mij opgesloten in de badkamer. Alle slaappillen en antidepressiva die ik had, heb ik toen ingenomen.’ Even stopt Leyla met praten om met een zucht haar verhaal te vervolgen: ‘Op deze wereld is er geen leven voor mij. Misschien wel in een andere wereld, waar de engelen mij kunnen beschermen.’

 

Toekomst

Met hulp van de SNDVU blijft Leyla toch een sprankje hoop houden op een betere toekomst. ‘Het is mijn droom om ooit een rustig leven te hebben. Gewoon een eigen plek, waar ik mag zijn. Misschien met een klein naaiatelier. Zodat ik kleding kan maken, om mensen blij te maken.’

 

terug